Meeden

10) De plek: Hereweg Meeden:
Citaat uit Nederland in vroegertijd 18e eeuwse beschrijving deel 23:
…Meeden, oostwaards van Muntendam, is een groot dorp. Alwaar zeer veele rijke huislieden woonen. Eene byzonderheid, welker grond niet kan gezogt worden in het land, dat laag is, gelyk de naam meden aanduidt: nog in het agterleggende veen, dewyl dat, nog veel onvergraaven, alleen tot roggeakkers is geschikt gemaakt…

(11) De plek: omgeving Vennenweg Meeden:
De polder Westerlanden bij Meeden is het dagelijkse decor. Dag in dag uit jaar in, jaar uit ga ik met de honden langs de Vennenweg richting spoor. Door weer en wind, door zomer en winter.En altijd is er een schouwspel van licht. In het westen is de drukke wereld ,daar trekt onophoudelijk het verkeer over de N 33. Naar het Oosten is de open ruimte, een vlakverdeling van een kwart land en driekwart luchten. Vrijheid. De eenzame mens is het hoogste punt in dit landschap . Dat dan weer aantrekt en dan weer afstoot.
Vennenweg MeedenVanaf de verhoogde spoorlijn (dat mag eigenlijk niet) zie je de overgang van het streekdorpenlandschap-op-zand naar het oude Dollardpolderlandschap op klei. Deze ruimte is de wereld van hazen reeën en vossen en van vooral veel vogels. ’s Winters is het een pleisterplaats voor vluchten ganzen. En zwanen. In het zuidoosten zie je tussen de bomen de oude kerktoren van Meeden ,vooral te herkennen aan het ruitertje op het zadeldak. Van daar liepen vroeger een oude tolweg naar het noordoosten als afsplitsing van de zg. Oude Weg naar Zuidbroek. De Meedener Tol was bij de Krommerakken, de bocht bij het Winschoterdiep . De Krommerakken is het deel van de MenterA dat door het Winschoterdiep in de zeventiende eeuw ingelijfd is. Toen (1628) was de afwateringsrol al overgenomen door het Meedener en Muntendammer diep.
Het Wildervanckkanaal, de N 33 en de ruilverkaveling maakten een einde aan alles wat daaraan herinnerde.
De provincie heeft plannen om van deze polder een waterbergingsgebied te maken. De geschiedenis herhaalt zich dan : een kilometerslange dijk van drie meter hoog moet land en water planmatig scheiden.

(12) De plek: omgeving Veensloten Meeden:
Meeden is gebouwd op een zandrug. De kleigrond ten noorden slingert zich soms in de zuidelijke tuinen. Is het noorden een ontginningslandschap naar de Dollard, het zuiden is eveneens een ontginningsgebied : de oude venen . Het N is ingepolderd vanaf 1545 . In het Z was in de middeleeuwen randvervening voor de eigen behoefte, vanaf de zeventiende eeuw is de vervening grootschalig aangepakt. Een geometrisch stelsel van sloten en kanalen werd gegraven voor afwatering en vervoer. De Stad (Groningen) speelde daarbij een bepalende rol.
Veensloot. De oude naam was Veendijkssloot. Deze sloten hebben deel uitgemaakt van een stelsel van dijken en kanalen dat de dorpen tegen het dreigende veenwater moest beschermen. De dijken liepen om Veendam en Muntendam heen tot Zuidbroek en Sappemeer. Tot de jaren zeventig stonden hier lage huisjes met opvallend lange en smalle erf. Af en toe zie je dat nog. De huisjes zijn gesaneerd of tot kleine lustoorden verbouwd. Het Veenkoloniale landschap, want dat begint hier , kent kleine besloten ruimten. Aanplantingen (boomsingels ) die in de jaren zeventig bij de ruilverkaveling zijn geplant. Het landschap is verder vrij open en biedt kilometers wijde blikken naar Veendam, naar Zuidwending en Pekela. Oude en nieuwe beelddragers in het landschap zijn de witte Billitonfabriek en de torens van Pekela. In dit gebied lopen tal van verharde ruilverkavelingwegen waarop het goed en rustig wandelen of fietsen is.

(13) De plek: Bovenstreek Meeden:
De grauwe kiekendief. Auteur: Jaap Tonkes
BovenstreekHiernaast ziet u een foto van een mannetje. Foto Hans Hut.
Ze zijn weer terug uit Centraal Afrika: De grauw kieken! En te bewonderen in Menterwolde! De meeste kans om ze te zien heb je aan de Meenteweg tussen Meeden en Scheemda. Wel vroeg op, vlak na zonsopgang is het beste.
In de 80er jaren praktisch verdwenen in Nederland, maar sedert begin jaren 90 weer in aantal toenemend. Omdat de toenmalige regering braaklegging van landbouwgronden subsidieerde werden in de polders grote oppervlakten met gras ingezaaid. Hierin huisden talrijke veldmuizen, een belangrijk prooidier van de grauwe kiekendief, en sinds die tijd zien we een gestage toename van deze vogel in Nederland met name in Groningen. Schattingsgewijs broedden er vorig jaar 40 paartjes in het land waarvan 4! in onze gemeente. Dat bij ons dus 10% van de Nederlandse populatie voorkomt is waarschijlijk eveneens te danken aan het langdurig braakliggen van 2 percelen aan de Meenteweg. Probleem bij deze soort is echter dat ze broeden in akkerbouwgewassen als koolzaad, luzerne en wintertarwe. Aangezien deze vaak worden geoogst nog voordat de jongen uitgevlogen zijn moeten de nesten gelokaliseerd en beschermd worden. Ben Koks van het Sovon, en vele vrijwilligers zorgen ervoor dat de nesten opgespoord en gemarkeerd worden. Dit in nauwe samenwerking met akkerbouwers, die hun oogstmachines daarna om de betreffende plekken heensturen! Zie voor hun werkzaamheden en zeer vele wetenswaardigheden over de vogel de site: http://www.grauwekiekendief.nl.
Herkenning: Mannetje slank, meeuwachtig, blauwgrijs met lange vleugels met zwarte uiteinden.
Vrouwtje: slank, bruin.
De vrouwtjesvogel is te verwarren met de hier eveneens voorkomende bruine kiekendief, maar het vrouwtje hiervan is groter, iets lomper, en heeft een kenmerkende roomwitte kop.
Tenslotte wordt hier in de winter ook nog sporadisch een rondzwervende blauwe kiekendief waargenomen. Deze in Nederland alleen nog op de Waddeneilanden broedende vogel (Texel) lijkt sterk op de grauwe kiekendief maar is egaler blauwgrijs. Mist de zwarte bandage op boven en ondervleugel.

(14) De plek: Bovenstreek Meeden:
Jonge Kerkuilen op boerderij te Meeden. Auteur: Jaap Tonkes
Algemeen, maar moeilijk waar te nemen! Foto's Jaap Tonkes
Kerkuilen1Ze zijn praktisch in elk dorp, huizen het meest in oude boerderijen, maar komen pas te voorschijn als het donker wordt als ze gaan jagen op hun meest geliefde voedsel: muizen.
Een enkele keer zie je ze ´s nachts in de koplampen van de auto, een schim die snel weer wordt opgeslokt door de duisternis
Als men het geluk heeft ze van nabij te zien is het een schitterend gekleurde uil met een wat mystieke uitstraling. De Duitsers noemen hem “Schleiereule”
Kerkuilen2Niet altijd zijn ze met zovelen geweest. In “Vogels van Groningen” van Boekema, Glas en Hulscher uit 1983 worden voor Groningen de volgende aantallen gegeven:
Vóór 1963 200-400 paren
Tussen 1969 en 1974 10-35 paren
Na 1979 nog slechts 2à3 broedgevallen per jaar.
Als oorzaken werden genoemd het opruimen van bosjes en houtwallen, het verdwijnen van ruige weilanden, sloorkanten en “rommelhoekjes”. “Met het verdwijnen van deze landschapselementen verminderde ook het aantal muizen, het hoofdvoedsel van de kerkuil”.
Sinds de jaren 90 is echter weer een gestage opmars van de vogel te constateren. Mede door de inspanningen van werkgroepen die oa nestkasten in boerderijen plaatste, en door braaklegging- en bebossingsmaatregelen van de overheid, zodat tegenwoordig de populatie weer terug is op het niveau van voor 1963!
In Menterwolde nestelen ze tegenwoordig in diverse boerderijen in Noordbroek, Zuidbroek, Muntendam en Meeden.

(15) De plek: omgeving spoordijk Meeden:
Meeden is een middeleeuwse kolonie vanuit Eexta bij Scheemda. Getuige de historische naam Eextameeden. De graslanden van Eexta hadden een zuidelijk reliëf en er stroomde een rivier. Spoordijk MeedenDus een goede plek om zich te vestigen.En het vee te laten grazen . Ik fiets door het juni licht langs de spoordijk naar Eexta. De bermen bieden het bescheiden palet van klaver ,boterbloemen, zuring en late fluitenkruid. Ook is er veel verwilderde koolzaad. En soms overheersend riet. Achter de spoordijk bij het Winschoterdiep staan 12 windmolens op een rijtje. De dertiende recht voor mij bij het gemaal doet mij aan Don Quichotte denken. Bij het gemaal worden de sloten tot een kanaal. Het gemaal heet De Munte, hoe kan het ook anders. Het heeft met de nieuwe kanalen de afwateringstaak van de vroegere beken en rivieren overgenomen. Het kanaal gaat richting Winschoterdiep. Ik volg deze richting en kom langs twee gaspijpen. Die zullen verdwijnen. Er wordt niet meer gefakkeld. De gasfakkels waren een oneigenlijk element in het landschap ,maar als ze branden hadden ze ook wel iets met hun vurige vlaggen. Langs het Winschoterdiep blijkt een opmerkelijk grote gaslocatie te zijn. Even verder is het dorp Eexta ,ingelijfd tweelingdorp van Scheemda. Langs de rand fiets ik met een boog naar de Stationsstraat en dan over het spoor van de Kolkenweg en meteen parallel langs Over Het Spoor. De zon schijnt op de achterkant van het kleine station ,dat in prachtig groen in zichzelf gekeerd ligt en mooi weemoedig is. Opeens zijn er weer de kristalheldere polders met kilometers verder naar het zuiden de waarneembare hoogten van de Garst in Westerlee. Nu een natuurgebied. Ik blik over de graslanden van Eexta, naar waar ik de route begon. Wie wil koloniseren kan hier een wereldstad bouwen. Ruimte genoeg.

© 2011 MenterAroute | Realisatie Grafisch bedrijf de Bruin - Zuidbroek. m