Noordbroek

De oudste Oldambtster boerderij aan de Noorderstraat 1.
Noordbroek oudste boerderijHet oudste gedeelte van deze behuizing (Hoeve "Onder de Linden") dateert uit 1576. Wypko Nytkens en syne huisvrouw Anna Wijpkens bouwden hier in dat jaar een nieuwe boerderij, die in de loop der eeuwen veelvuldig is verbouwd, vergroot, etc., hoewel de oude fragmenten steeds grotendeels gespaard zijn gebleven. In de achterkamer van dit pand (waarin thans het Nederlands Strijkijzer-Museum is gevestigd- bezoek op afspraak) tonen de huidige bewoners u dan ook graag de schouw waarin de genoemde eerste bewoners hun initialen hebben gekerfd: W.N. en A.W., met het jaartal 1576.
In 1687, 1765 en 1827 hebben drie ingrijpende verbouwingen plaats gevonden, waardoor het pand zijn huidige aanzien kreeg: een boerderij van het Oldambtster type. Het is zelfs het oudste exemplaar van deze boerderijvorm. In de achterkamer zit niet alleen de genoemde schouw met de initialen van de eerste bewoners, doch ook een tegelwand met rococo-lijst (1765). In de voorkamer is een kastenwand (1827, in verlate klassicistische stijl) nog steeds in takt, met bedstede en "diggelkast" (= kast voor het diggelwerk, oftewel: aardewerk). Vermoedelijk dateert de karakteristieke voordeur ook uit dat jaar. Alle bewoners (vanaf het eerste bouwjaar 1576 tot op de huidige dag...) zijn inmiddels door een grondig historisch onderzoek achterhaald. (Informatie: Guus den Besten)

Huizen bij de middeleeuwse kerk.
Pastorie NoordbroekGun jezelf de rust en loop een rondje om de 14e eeuwse kruiskerk. Die omhoogstrevende bouwstijl met prachtige versieringen in de muur heet romano gotiek. Baksteen voor baksteen metselde men hoge bogen die het dak konden dragen en waarin men hoge boogvensters kon maken om veel licht te krijgen. Prachtig middeleeuws ambachtelijk metselwerk, dat men in de eerste helft van de 20 e eeuw (Amsterdamse school) opnieuw ontmoet.
Rechts staat de voormalige pastorie. Dit huis dateert van rond 1800 en is symmetrisch gebouwd. Het lijkt op een dwarshuis, zoals die ook wel voor boerderijen staan. In het achterhuis zijn de voormalige stallen en het koetshuis geweest. De bouwstijl is classicistisch: in de franse tijd ontstond een voorliefde voor de strakke symmetrie van de klassieke oudheid. Het huis is door de huidige bewoners op een perfecte manier gerestaureerd.
Als u verder loopt om de kerk ziet u een gebouwtje, dat meteen opvalt door de oud aandoende en ook wel romantische verhoudingen in de voorgevel. Aan de zijkant zijn boogramen. Het is de consistorie. Dit pure baksteen gebouw is tenminste vroeg 19e eeuws, mogelijk van oorsprong ouder.

Dwarshuis van Oldambtster boerderij.
DwarshuisAan de Hoofdstraat bij de driesprong met de Slochterstraat staat dit voorhuis van een boerderij. Het is een dwarshuis, dat wil zeggen een "losgemaakt" voorhuis precies in het midden dwars voor de schuur gezet. Dit type heeft zich ontwikkeld uit de Oldambtster boerderij, waarbij woonhuis en schuur zich onder één nok bevinden. Het prachtig gerestaureerde voorhuis heeft een mengstijl uit het begin van de twintigste eeuw. De symmetrie verwijst naar het neo classicisme, het puntdak is haast neo barok (met de gebogen lijnen), de vlakverdeling van de balkondeuren en de versieringen boven de ramen zijn Jugendstil. Het geheel is, zoals het in Groningen hoort, toch ingetogen en sober. De familie die dit liet bouwen durfde dus nieuwe stijlen toe te passen en wilde voorname rijkdom uitstralen.

De voormalige doopsgezinde kerk.
Doopsgezinde kerkIn de 16e eeuw begon een godsdienstige tegenbeweging onder leiding van Menno Simonsz uit Witmarsum (Fr) .Andere tegenbewegingen in Europa werden in die tijd begonnen door onder meer Luther en Calvijn. De volgelingen van Menno Simonsz worden Doopsgezinden of Menisten genoemd. Veel Groningse boeren bekeerden zich tot deze stroming. Middelpunt was een groep rond de boerderij Melkema in Huizinge. Een doopsgezinde boerenzoon uit Noordbroek, Uko Wallis of Ucke Walles (1593-1653) is bekend geworden als een fundamentalist. Hij maakte de principes uiterst streng: zoals elke vorm van uiterlijke weelde vermijden, voetwassing bij het laatste avondmaal, geen wapens dragen, geen eed afleggen of overheidsdienst vervullen en geen baard afscheren. Het gedrag dat bij deze rechtzinnigheid hoorde, paste andere protestanten, namelijk de inmiddels staatskerk geworden Hervormde Kerk absoluut niet. Gevolg: conflicten en Uko werd verbannen. Niet éénmaal maar driemaal. Zijn volgelingen binnen de Doopsgezinde Kerk heetten Ukowallisten. De doopsgezinden kerkten in schuilkerken ook wel in schuren. Na de Franse tijd kwam de gelijkstelling van de godsdiensten. In 1811 werd in Noordbroek een Doopsgezinde Kerk gebouwd. Hier kerkten ook de Menisten uit Nieuw Scheemda. Die van Zuidbroek kerkten in Sappemeer. En Meeden had sinds 1698 een Doopsgezinde kerk of Vermaning. Het voormalige kerkgebouw (van 1871) staat er nog, in het plantsoen tegenover het dorpshuis in Meeden. (Mennohoes). In de provincie Groningen waren het met name boeren families die een traditionele band met de doopsgezinde kerk in stand hielden.Terug naar Noordbroek: het eenvoudige kerkje past bij de soberheid van de Doopsgezinden. Opvallend is alleen de ingang die een neo classicistische stijl heeft. De mode van die tijd. Thans is het gebouw atelier voor beeldende kunst annex galerie.

Het voormalig Gemeentehuis.
Gemeentehuis NoordbroekTot 1965 omvatte de zelfstandige gemeente Noordbroek: Noordbroeksterhamrik, Korengarst, Stootshorn, Veenhuizen, Zuiderveen en natuurlijk Noordbroek zelf. Van 1965 tot 1989 vormde Noordbroek met Zuidbroek de gemeente Oosterbroek. Het gebouw op de foto is het Gemeentehuis van Noordbroek geweest. In de periode van Oosterbroek is het Bureau gemeentewerken geweest.Het gebouw, nu woonhuis, dateert van de 19e eeuw en doet ook wel denken aan de villa - achtige woonhuizen die toen door rijke boeren als dwarshuizen voor de Oldambtster boerderijen gebouwd werden. Kwa stijl bevindt zich het huis op de grens van het neo classicisme (de strenge symmetrie) en het eclecticisme (de bogen en de versierde dakrand die op oude foto's te zien is). Het is een gebouw van algemeen nut geweest, dus is het ook niet vreemd om aan de waterstaatstijl te denken, zeker voor wat betreft de ingang: zuilen, bogen en ronde ramen. Veranda-achtige vormen en boogramen zijn in deze mengstijl niet vreemd. je ziet het ook wel bij stations uit deze tijd. Vergeleken met wat men in architectonische zin met andere voormalige Gemeentehuizen gedaan heeft is dit gebouw een parel in het dorp. Maar het behoud zal ook te maken hebben met de kleinschaligheid en intimiteit en de geschiktheid als woonhuis.

19e Eeuwse serre.
Serre NoordbroekDeze serre staat aan de zijkant van een woonhuis aan de Hoofdstraat en is vanaf de weg makkelijk te zien. De serre is een houtconstructie op een baksteen ondermuur. Het is een voorbeeld van 19e eeuws raamversieringen: de zeer decoratieve raamindeling met gekleurd glas. De boogvormige vensters. De versierde daklijst. De vormen van de serre zijn uitbundiger dan die van het sobere woonhuis. Het doet aan een nostalgische chalet-stijl denken. Dat deze serre grotendeels nog behouden is (hout is immers een vergankelijk materiaal) is uniek.

 

Bedrijfspand met Amsterdamse school elementen.
GarageDe garage aan de Hoofdstraat dateert van het begin van de 20 e eeuw, periode jaren 20/30. Hoe sober ook, stijlelementen van de Amsterdamse school zijn te herkennen. De kubistische bouwstijl. Het platte dak. Ook een uiting van de nieuwe zakelijkheid uit die tijd. Het decoratief maken van de schoorsteen door reliëf en door haast torenachtige uitbouw. Wel alles met strakke rechte lijnen. Maar toch meer een blikvanger, een baken, dan je je eigenlijk bewust bent. En de raamindeling in de bovengevel: kleine meetkundige vlakverdelingen volgens een strak patroon.


Het huis met de toren en het plein.
MarktpleinHet huis met de toren. Het is niet het oudste huis, maar zeker wel beeldbepalend. In het huis is thans de bibliotheek gevestigd en een atelier voor creatieve cursussen. Vanaf de 19e eeuw was dit het woonhuis van het hoofd van de Zuiderschool. De school was achter het huis gebouwd. .Het klokkenspel in het torentje (vijftien klokjes) dateert van de jaren zestig. Op de plek waar nu het pleintje is stonden op de rooilijn zulke karakteristieke huizen, dat het de vraag is of ze in deze tijd afgebroken zouden zijn om een pleintje te creëren. Een middeleeuws wegdorp hoeft eigenlijk geen pleintje, als kunstmatig centrum. In een wegdorp zijn de centra altijd vanzelf rond functionele gebouwen of plekken ontstaan. Bij een kanaal, bij een kerk. Veel authentieker zouden gewone zijlanen zijn, zoals die van oudsher het land ontsloten. Nu is dit plein, gebouwd in de laatste kwart van de 20 e eeuw, gelukkig wel in de dorpse verhouding gebleven en daarmee aanvaardbaar. Het plein geeft toegang tot de achterliggende nieuwbouwwijk. De beeldende kunst bomen op het plein zijn van René de Boer. De kunstbomen geven het kunstpleintje een speelse ironie.

Het huis met de muurankers.
huis met muurankersHet huis met de muurankers “1716”. Het pand kende oorspronkelijk een andere vorm dan de huidige “wolfskap” einden. De voor- en achtergevel waren ooit als tuitgevels opgemetseld tot de nok en in de zijgevel zijn nog de rollagen te ontdekken van de 17e eeuwse smalle vensters. Het hele pand is gemetseld met een klein formaat steen dat niet gebakken is uit de ijzerhoudende klei dat in de omgeving zo veel voor komt. De fundamenten bestaan uit hergebruikte kloostermoppen. Het pand zal in de loop der eeuwen menige aanpassing aan doel en functie hebben ondergaan. Het kent nog een oorspronkelijke diepe, rondgemetselde grondwaterput. Verder zijn er nog enkele gemetselde hemelwater bakken die na de inbraak van de Dollard in 1509 zullen zijn gemaakt doordat het grondwater ondrinkbaar was geworden. Dit hemelwater werd vanaf de goten via een pijp geleid naar een van de twee bassins. De eerste regenbui na een lange droogte of tijdens onweer kon in de sloot worden geleid omdat dit water de hele voorraad ondrinkbaar kon maken. Het oude, toen nog doorgaande, diepje liep zo dicht langs de woning dat er nog net genoeg ruimte tussen muur en kade overbleef om een kar langs te laten gaan.
De oudst bekende bewoner van het pand was in 1800 de houthandelaar Olfert Fiepkes Coolman. Olfert bewoonde het pand met zijn vrouw, tien kinderen en twee inwonende meiden. In die tijd was het pand verlengd met een schuur en een grote houtstek. De achterneef van Olfert, Fiepke Fiepkes, legde de eerste steen van het kerkje der dopersen in 1811. De familie maakte deel uit van de notabelen van het dorp in de tijd dat Napoleon hier de dienst uit maakte. Honderd jaar na Olfert wordt het huis bewoond door de familie Dalebout. Zij dreven een dorpswinkeltje in het pand. De twee ongehuwde zusters Cato en Sien zetten het winkeltje voort na het overlijden van hun ouders en waren bij iedereen in het dorp bekend. "Op veertien december negentien vijf en vijftig is ten verzoeke van Mej. Klasina Dalebout, winkelierse, wonende te Noordbroek, overgegaan tot de publieke verkoping van een winkelbehuizing met erf en tuin, staande en gelegen aan de hoofdstraat 1 te noordbroek. Na herhaaldelijk gedane openlijke opbiedingen op het perceel, is de hoogste bieder geworden de heer Tonnis v.d. Tuin (opa van mevr. G. De Vries) voor de som van achtduizend eenhonderd en vijftig gulden. De verkoopster bedingt voor zich en haar zuster Katrina Dalebout dat zij in een gedeelte van het perceel mogen blijven wonen en wel als huurders van de achterkamer en keuken met gebruik van de trap naar de zolder en de gang in het achterhuis en wel tegen een huurgenot van vijf gulden per week."
De heer G. Dijk kocht dit pand in 1978 en heeft er met zijn gezin jaren in gewoond (1980-1995). Op het moment van koop in 1978 woonden er 2 huurders in. Het huis bestond dus uit twee gedeelten. De huidige bewoners, de familie Witteveen, hebben in het pand diverse werkruimten en een atelier aangebracht. Als beeldend kunstenaar doet Mark Witteveen mee aan de culturele opendag van Noordbroek en het pand is in dat kader ieder jaar op Hemelvaartdag te bezichtigen. Informatie: H. Pol ,G. Dijk en mevr G. de Vries. 

Viersprong bij het Wapen van Noordbroek.
ViersprongDit is dezelfde plek en hetzelfde huis als op de historische foto hierboven. De zuidelijke entree van het dorp Noordbroek wordt bekroond door enkele prachtige huizen rond de viersprong. Op de foto ziet u het huis Hoofdstraat 1 (dus het huis met de muurankers) en daartegenover het huis het Wapen van Noordbroek. Waar de groenstrook is, was een kanaal: de haven van Noordbroek. In vroeger tijden was dit een bedrijvige plek. Er kwamen o.a.veel turf en handelsschepen ( in de 19 e eeuw : type tjalk/ boltjalk) De haven was verbonden met het Noordbroekster Diep, dat in 1653 gegraven is vanaf Sappemeer. Het diep is in 1968 gedempt. Geen wonder dat hier huizen van neringdoenden en een logement stonden. Dus een centrale drukke plek in Noordbroek. Het Wapen van Noordbroek (achterste huis) is alom bekend geweest als hotel, café restaurant en toneel/feestzaal. Vroeger was er bovendien een door-rit. Het huis op de voorgrond heeft vanwege de hoek eigenlijk twee voorkanten. Het is een fraai langhuis. De smalle voorkant aan de Noorderstraat heeft een 19e eeuws (later ingebouwde) winkelpui, maar het huis is veel ouder dan dat verbouwde winkeldeel. In dit pand is nu een atelier voor beeldende kunst gevestigd. Zie ook het verhaal hierboven.

© 2011 MenterAroute | Realisatie Grafisch bedrijf de Bruin - Zuidbroek. m