MenterAfietsroute

Menterwolde en het Wold-Oldambt.

Veen, zandrug, zeeklei.
Het logo van de MenterAroute symboliseert het landschap van Menterwolde. Het boompje (een els) staat voor de natte kreupelhoutbossen of broekbossen, die in oude tijden langs een kilometerslange strook van zandruggen groeiden. De twee vogels verbeelden de verschillende landschappen aan weerszijden van het zand. Aan de ene kant van de zandrug had de zee vrij spel. Aan de andere kant was het onmetelijke veen, een sponsachtig ontoegankelijk gebied. De zandruggen waren de enige mogelijkheid om droge voeten te houden: aan weerskanten dreigde voortdurend wateroverlast. Deze hoger liggende smalle zandstroken kenden in de prehistorie tijdelijke bewoners. Waarschijnlijk jagers. Dat bewijzen bodemvondsten. Later kwamen de vaste bewoners en in de middeleeuwen zijn de dorpen van Menterwolde met de namen Noordbroek, Zuidbroek, Muntendam en Meeden ontstaan.

Rivier de Menter A.
Niet alleen de zandruggen bepaalden het middeleeuwse landschap, maar ook de rivier de Menter A (ook genaamd De Munte, Munter Ee of Oude Ae) was nadrukkelijk aanwezig. Deze rivier stroomde van het Zwanemeer (waar nu Wildervank ligt) via Muntendam, oostelijk langs Zuidbroek en noordelijk langs Meeden naar zee. Waar de rivier uitmondt ontstond de plaats Termunten. Door inbraken van de zee en door, tijdens de veenontginning vanaf 1600 gegraven, nieuwe kanalen is de rivier grotendeels verzand. Resten zijn nog wel te vinden: de vijvers in Veendam, de kronkelende beken bij de Wiede in Muntendam, de bochten in het Winschoterdiep bij de N33. Boven Nieuw Scheemda kan men de loop van de rivier tot Termunten nog wel goed volgen.

De naam Menterwolde en het klooster Menterna.
Waarom heet de rivier Menter A of ook wel Munter Ee? Waar komt de naam Menterwolde vandaan? En heeft het ook met de plaatsnamen Muntendam en Termunten te maken? De naam is afkomstig van het klooster MenterAwolde (Menterna), dat in het jaar 1247 gesticht werd in het stroomdal van de rivier bij Nieuwolda. Later is het klooster door overstromingen verplaatst nabij Termunten. Het was een rijk klooster met verspreid 1150 hectare land, venen, bossen, kwelders en boerderijen. Het veen bij Meeden en Muntendam was deels van dit klooster. In Muntendam was zelfs een kloosterboerderij. Op deze plek staat nu nog een boerderij met dezelfde naam.

Het Oude Ambt: Wold-Oldambt en Klei-Oldambt.
Dit belangrijke klooster gaf zijn naam aan het gebied van de Eems tot de Hondsrug. Het gebied heet vanaf die tijd Menterwolde of Wold-Oldambt. Dit gebied vormde samen met het Klei-Oldambt het Oldambt (het Oude Ambt, dit is een bestuurlijke eenheid uit de middeleeuwen) Het gebied bestond uit graslanden, veen met broekbossen en kwelders. Tot het Wold-Oldambt behoorden de dorpen onder de klokkenslag van Meeden, Noordbroek, Zuidbroek samen met Muntendam (met de achterliggende veengebieden). En ook Scheemda, Eexta, Midwolda, Oostwold, Finsterwolde en Oost-Finsterwolde. Tot het Klei-Oldambt behoorden de dorpen: Termunten, Klein-Termunten, Wagenborgen en Borgsweer. De vier dorpen van Menterwolde werden omringd door graslanden en veen. De graslanden waren geschikt voor veeteelt. Het veen was ontoegankelijk. De dorpsbewoners wonnen aan de rand van het veen turf voor eigen behoefte. En verbrandden delen om op die plekken boekweit te verbouwen. De plaatsen Hoogezand, Stootshorn, Borgercompagnie, Tripscompagnie, Veendam en Pekela bestonden nog niet. De geschiedenis van die veenkoloniën begint eeuwen later.

Water door de eeuwen heen.
Wateroverlast is de rode draad door de eeuwen heen. Er waren regelmatig overstromingen veroorzaakt door de Eems. Deze rivier trad in de 14e eeuw uit haar oevers waardoor de Dollard ontstond. Dorpen in de laagste gebieden verdronken. Het zeewater reikte zelfs tot onze dorpen, zo erg dat de bewoners van Noordbroek, Zuidbroek en Meeden de oude dorpen allengs verlieten en hoger op de zandrug nieuwe huizen bouwden. De eerste beschermende zeedijk tussen Scheemda en Zuidbroek om in te polderen legde men pas in 1542 aan. Vijftig jaar later kwam er een dijk naar Noordbroek voor een tweede inpoldering. Maar deze lage dijken bleken herhaaldelijk gevoelig voor doorbraken. En aan de andere kant was het veen dat via de rivier de MenterA en allerlei andere rivieren en beken zijn water moest lozen. Ook dat probeerde men met veendijken in goede banen te leiden. Zulke veendijken waren bijvoorbeeld de Veensloten bij Meeden, de Bredeweg bij Muntendam en het Poeltje bij Zuidbroek.

De grootschalige vervening.
Vanaf 1600 pakten compagnieën (maatschappijen van projectontwikkelaars) het veengebied systematisch en radicaal aan. Met een stelsel van kanalen, wijken en sloten werd het gebeid deel voor deel drooggelegd. Turf werd uitgevoerd en grondstoffen en stadsdrek (mest voor het ontgonnen land) werd ingevoerd. Nieuwe nederzettingen als Borgercompagnie en Tripscompagnie ontstonden. En ook Sappemeer, Veendam, Wildervank en Pekela.

Vloek en zegen
Het water was een vloek, maar zeker ook een zegen. Menselijk vernuft en doorzettingsvermogen beteugelden de natuur. Polders boden vruchtbare zeekleiakkers. Het veen leverde het bruine goud (turf). En de rivier en de zee boden uitweg naar verre handelsoorden. Landbouw, veeteelt, landbouwindustrie, handel en brandstof: het bracht leefbaarheid en ook perioden van welvaart in de dorpen van Menterwolde..

De regio Menterwolde heeft veel toeristische pluspunten.
Teveel om allemaal te noemen. Zomaar een greep:

  • een wijde blik tot de horizon
  • helder licht en mooie wolkenluchten
  • vele variaties groen
  • rust en vrijheid
  • beeldbepalende dorpen op afzienbare afstand
  • mogelijkheid om lekker te fietsen en te wandelen
© 2011 MenterAroute | Realisatie Grafisch bedrijf de Bruin - Zuidbroek. m